HET TEAMPROFESSIONALS NETWERK

Het begeleiden van een spelsimulatie

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email
ConductorOrchestra

Bij veel spelsimulaties wordt er gewerkt met twee facilitators: de spelleider en een co-trainer.  Hoe verhouden die rollen zich? Wat zijn de belangrijkste taken? En welke spelregels moet je voorstellen bij de start?

In dit artikel ...

Vier essentiële rollen

1. De speltechnische begeleiding. De spelleider kent het spel op z’n duimpje en weet waar de mogelijkheden en de beperkingen liggen. Een begeleider die het spel maar half kent is als iemand die een gitaar bespeelt met 4 snaren en 3 akkoorden. De spelleider in de rol van speltechnisch begeleider kent de ‘knoppen’ van het spel, de rollen, de ‘events’ en de spelregels. Als er conflicterende ideeën ontstaan kan de spelleider als scheidsrechter optreden. Hij heeft het laatste woord.

2. De groepsdynamische begeleiding is minder gericht op de procedures van het spel en meer op de interacties die ontstaan tussen de spelers. De meeste spellen roepen verbazingwekkend echte emoties en gedragingen op die bij de spelers tot frustratie, onzekerheid (en plezier) kunnen leiden. Het is belangrijk dat de spelleider deze dynamiek functioneel kan houden, in het licht van de doelen van het spel. Dat betekent dat hij conflicten moet kunnen hanteren en kan omgaan met motivatieproblemen en weerstanden. Bij voorkeur wordt deze dynamiek gehanteerd in de context van het spel, maar in uitzonderlijke gevallen moet het spel worden stopgezet.

3. De didactische begeleiding van het spel is noodzakelijk om van het instrument ook een leerervaring te maken. Vaak wordt het spel ingezet als onderdeel van een langere training. De inbedding van het spel moet dan zorgvuldig gebeuren zodat het niet een losstaand element wordt. Een goede instructie vooraf maar vooral ook de debriefing na afloop is dan heel belangrijk. De meeste spellen kennen een cyclisch verloop, met tussentijdse evaluaties. Het is op deze momenten dat de didactische begeleiding en de interventiekunst van de spelleider het meest zichtbaar wordt.

4. De veranderkundige begeleiding houdt in dat het instrument op een goede manier als interventie in de organisatie wordt ingezet. Een goede spelleider weet dan ook precies wanneer het spel als interventie geschikt is en passend bij de organisatiedoelen en de bredere veranderstrategie. In de rol van veranderkundige is de spelleider in staat om de relatie te leggen met opdrachtgevers en stakeholders in de organisatie, bijvoorbeeld managers of klanten van de spelers. Ook is hij alert op centrale boodschappen die het spel ingaan en algemene observaties die het spel weer uitgaan.

De co-trainer

Veel spelsimulaties worden begeleid door twee trainers: een spelleider en een co-trainer. Als het een in-company training is dan kan de co-trainer iemand uit de organisatie zijn. Dit heeft als voordeel dat de spelleider, die vaak extern is, iemand naast zich heeft die de organisatie goed kent. Dit helpt bij het vertalen van het spel naar de praktijk. En de co-trainers krijgen de kans om te reflecteren op (het gedrag) van collega’s. Zij krijgen op die manier vaak een voortrekkersrol bij het veranderproces in hun organisatie.

Taken van de spelleider

1. Verantwoordelijk voor opbouw en inrichting van de zaal.
2. Het introduceren van de spelregels en de bedoeling van het spel.
3. Speltechnische begeleiding – met name tijdens de spelrondes, zoals lading neerleggen, events in het spel doen: aan ‘knoppen draaien’.
4. Gespreksleiding en helpen bij de reflectiesessies tussen de spelrondes.
5. Het groepsproces bewaken en waar nodig daarop interventies plegen.

Taken van de co-trainer

1. Is vaak gastheer of –vrouw namens de organisatie. Opent de dag, legt de bedoeling uit.
2. Heeft meestal een ‘pseudorol’ in het spel, zoals die van klant, bank of opdrachtgever.
3. Doet een eigen deel van de introductie, bijvoorbeeld het spel introduceren als ‘manager’.
4. Heeft enkele speciale taken, zoals tijdbewaking of indicatoren uitrekenen.
5. Is essentieel bij de vertaling naar de organisatiepraktijk.

Stijl van de spelleider

Ten slotte nog iets over de stijl van de spelleider. De dynamiek van een spel is vaak behoorlijk realistisch en enerverend. De spelleider moet daar als persoon niet te veel aan toevoegen of in verstoren. In de ogen van de spelers moet de spelleider beslist onpartijdig en objectief zijn. Hij is daarom vaak het meest effectief vanuit een ietwat afstandelijke, beschouwende positie, vooral tijdens het spel zelf. Zijn of haar interventies zijn met name het stellen van open vragen en het geven van feedback. Dit wil niet zeggen dat de spelleider niet kan motiveren of kil zou moeten zijn, maar in ieder geval is de spelleider altijd aan het observeren en niet aan het deelnemen.

De spelleider vormt samen met de eventuele co-trainer en de spelers het deelnemersveld. Een gouden regel is dat andere rollen in principe niet zijn toegestaan: dus geen observatoren.

Spelregels die vaak genoemd worden

Voordat je met de werkelijke introductie van het spel begint leg je doorgaans iets uit over ‘hoe’ met het verschijnsel spelsimulatie om te gaan. Elk spel heeft regels, of het nou op een bord, op een grasveld of op een computerscherm gespeeld wordt. Regels die je zou kunnen noemen zijn onder meer:

  1. Leef je in – Ga niet steeds de vergelijking maken met je eigen organisatie, dat komt na afloop wel. Laat dus je zorgen, vragen en beslommeringen van het eigen werk even los. Probeer commentaar op het spel (dit is vreemd bedacht, zo zou het in het echt nooit gaan) even voor je.
  2. Het laatste woord – De spelleider heeft altijd het laatste woord en kan beslissen over de regels en het verloop van het spel.
  3. Eerlijk en sportief – Speel het spel met inzet, eerlijk en sportief. Belemmer de anderen niet om een leuk spel te spelen ook al vind je het zelf niet zo leuk. Geef elkaar een kans en stop er wat in.
  4. Geen toneelspel – Blijf jezelf. Het is niet nodig om een typetje neer te zetten. Je neemt de rol in het spel gewoon aan alsof je een andere ‘baan’ krijgt en je oefent die functie uit als jezelf. Het wordt veel te ingewikkeld wanneer mensen gaan ‘acteren’ binnen het spel.
  5. Geen beoordeling – Gebruik het spel als een kans om te leren en voel je vrij om te experimenteren met gedrag. Je zult er niet op worden beoordeeld dus je mag fouten maken.
  6. Vertrouwelijkheid en geheimhouding – Alles wat we met elkaar bespreken en doen blijft ‘onder ons’. Er wordt niet naar buiten toe teruggekoppeld zonder dat dat afgesproken is. Geef anderen die na je komen de kans op een frisse verrassing. Verklap dus niets van het spel. Je weet pas wat het is als je er zelf bij bent geweest.

Geef een reactie

Verzenden

Email zal niet openbaar zijn Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Nieuwsbrief?

Opleiding van Teamchange

Artikelen per thema

Misschien ook interessant

Wat is een team eigenlijk? Een noodzakelijke definitie

  • 12 november 2016
  • Martijn Vroemen

Mannenteams of vrouwenteams: verschillen en voorkeuren

  • 19 december 2014
  • Teamchange

Fasen van teamontwikkeling: storming met Tuckman

  • 12 oktober 2012
  • Martijn Vroemen

Schaamte en verandering. Veranderkundigen leren van Levinas

  • 10 juli 2013
  • Naud van der Ven

Weerstand bij verandering: drie basisopvattingen

  • 14 oktober 2013
  • Martijn Vroemen

Negen redenen om in teamverband te werken

  • 23 september 2012
  • Teamchange

Ik wil op de hoogte blijven

Voer je gebruikersnaam of e-mailadres in.
Je zult een link via e-mail ontvangen om een nieuw wachtwoord aan te maken.