Teamchange header

HET TEAMPROFESSIONALS NETWERK

Even tot team tellen – Randvoorwaarden voor teamwerk

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email
teamchange tot tien tellen randvoorwaarden voor teams

Er wordt soms nogal makkelijk het etiket 'team' op een groep geplakt, zonder dat duidelijk is of die mensen ook wel een team kunnen zijn. Is dat erg? Wel als de groep daardoor frustraties oploopt, omdat niet kan worden wat het volgens de benaming (team) zou moeten zijn. Check gewoon even de 10 randvoorwaarden, en je weet of het erin zit.

In dit artikel ...

10 Randvoorwaarden

Er zijn tien randvoorwaarden om met een groep mensen een (h)echt team te kunnen worden.

1. Een herkenbaar gezamenlijk belang. De eerste vraag die je stelt als je met elkaar teamwerk verwacht: ‘hebben wij een helder gezamenlijk doel? En in het verlengde daarvan: ‘heeft ieder teamlid bij dat doel een belang en kunnen wij ook een bijdrage leveren?’ Als je niet een duidelijke omschrijving van het teamdoel kunt geven, dus weet wat de meerwaarde is van deze groep mensen, dan kun je het eigenlijk wel vergeten als team.

2. Het team beschikt over de juiste middelen. Dat zijn zowel materiële voorzieningen (tijd, geld, mensen en materialen), als immateriële middelen (bevoegdheden, informatie en steun). Deze randvoorwaarde wordt vaak gebruikt als stok om de hond te slaan. Slecht functionerende teams gooien het graag op de middelen terwijl de oorzaak voor het matige samenwerken eigenlijk ergens anders ligt.

3. Teamleden hebben voldoende ruimte voor eigen invulling. Teamwerk en regelruimte horen bij elkaar. Dat wil niet zeggen dat je geen afspraken en procedures kunt hebben, maar een groep die niets anders doet dan protocollen nalopen zal het niet makkelijk hebben om tot synergie te komen.

4. Er is regelmatig contact tussen de teamleden. Contact is essentieel voor teamwerk, en liefst niet alleen per telefoon of e-mail (koud contact). Wel is er de laatste jaren meer aandacht (en bewijs) gekomen voor de levensvatbaarheid van virtuele teams. Maar juist daarin blijkt dat veel contact essentieel is, en dat een goede start face-to-face (warm contact) onmisbaar is.

5. Er is onderlinge taakafhankelijkheid. Als je elkaar nodig hebt om tot het eindresultaat te komen is het logisch dat je elkaar opzoekt om samen te werken. Dus als er zes professionals op een gang zitten die ieder hun eigen winkeltje hebben kunnen die elkaar wel steunen, en kan er wel kennisuitwisseling zijn, maar een echt team wordt het niet. Hetzelfde geldt voor leden van een managementteam die alle aandacht op de eigen afdeling richten.

6. De werkzaamheden in het team zijn verschillend. Wanneer de werkzaamheden van de teamleden verschillen maar wél onderling samenhan­gen, ontstaat de prikkel tot afstemming en samenwerking. Een groep waarin iedereen exact hetzelfde doet, heeft die prikkel niet. Het enige waarin de teamleden kunnen verschillen is de kwantiteit en de kwaliteit van de (meestal gelijksoorti­ge en individuele) opbrengsten. Samenwerken blijft veelal beperkt tot het afstemmen van werkaanbod en capaciteit. Denk aan een groep verzekeringsadviseurs waar het enige verschil is dat de achternamen van de klanten met een andere letter beginnen.

7. Teamleden kunnen elkaar vervangen. Hoewel dit in tegenspraak lijkt met het voorgaande functioneert een team effectiever wanneer de teamleden bij afwezigheid of drukte werk van elkaar kunnen overnemen. Omdat de vervanging in principe tijdelijk is, hoeft de vervanger niet even gespecialiseerd te zijn als degene die vervangen wordt.

8. De omvang van het team is beperkt. Vaak wordt drie personen als de minimum omvang van een team genoemd. Maar er zijn ook veel voorbeelden van koppels die prachtig teamwerk leveren: een pilotenduo, een tweehoofdige raad van bestuur, een tennisdubbel, een echtpaar in voor- en tegenspoed. Een team dat uit meer dan vijftien mensen bestaat loopt een reëel risico in sub­groepen uiteen te vallen. Daar ligt een praktische grens.

9. De teamleden zijn gemotiveerd om als team te werken. Als teamspeler moet je plezier scheppen in sociale contac­ten, kunnen delen, iets uit handen kunnen geven, veel willen overleggen en kunnen improviseren. Je moet in een team op vleugels met ánderen willen omgaan. Intensief samenwerken zit niet iedereen in het bloed. Sommige mensen zijn nu eenmaal gelukkiger met zichzelf en daar is niets op tegen.

10. De teamleden beschikken over teamvaardig­heden. Met goedwillende klunzen bereik je van alles maar niet alles wat je wilt. Net zomin als met sociaal niet al te handige genieën. De beste teamspelers kunnen goed vergaderen, durven elkaar feedback te geven, komen hun afspraken na en kunnen zich in anderen verplaatsen.

Geef een reactie

Verzenden

Email zal niet openbaar zijn Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Nieuwsbrief?

Opleiding van Teamchange

Artikelen per thema

Misschien ook interessant

De onderstroom observeren langs 4 thema’s. Zet je duikbril maar op

Thema-gecentreerde Interactie voor teamcoaches. De ‘legacy’ van Ruth Cohn

Verschilmakers – een nieuw perspectief op gesprekken

Het betrekkingsniveau van communicatie – luisteren met vier oren

Samen leren in onderwijsteams

Het prisoners dilemma in teams. Klassieker die nog steeds opgaat.

Ik wil op de hoogte blijven

Voer je gebruikersnaam of e-mailadres in.
Je zult een link via e-mail ontvangen om een nieuw wachtwoord aan te maken.